Pastei !!

De zeventiende eeuw was voor grote groepen burgers een periode van economische welvaart. Een eeuw waarin iedereen – behalve de mensen zonder vast werk – relatief goed te eten had. In deze Gouden Eeuw was de kleine groep rijken, de handelaren, bankiers, hoge officieren en stadsbestuurders, het meest gefortuneerd. Zij lieten geen aanleiding onbenut om een feestelijke maaltijd met vrienden en bekenden te organiseren. Gezellig en ook een goede gelegenheid om de rijkdom te showen. Behalve het mooie servies kwam er dan natuurlijk ook pastei op tafel. Een pastei is een deegbak met een deksel, met daarin een vulling. Die vulling kan van alles zijn, bijvoorbeeld vlees, grote en/of kleine vogels, of vruchten, of alles tegelijk.

Pastei is feest

Geen feest zonder pastei. Liefst meer dan een. Een goede gewoonte afkomstig van de middeleeuwse Europese hoven. Toen werden de pasteien gebakken door de hofkoks. De burgerij kocht ze bij de pasteibakker of maakte ze zelf. In de Nederlanden stond de huisvrouw vaak met de meid in de keuken. Soms kookten zij uit een van de weinige kookboeken die er toen waren.

Hoe eet je pastei

Pastei was er in soorten en maten. Je had ze groot en klein, van fijn tarwedeeg of van grover deeg. Als je de ‘korst’ wilde opeten maakte je deeg met wit tarwebloem, boter en soms eieren. Pasteien met vulling van fruit bakte men uitsluitend met fijn deeg.

At men alleen de vulling, dan was de pasteibak meestal van steviger deeg, gemaakt met volkorenmeel, soms gemengd met rogge- of boekweit. Zo’n pastei moest uren bakken en de vulling kon zo lekker stoven. Aan tafel sneed men het deksel van de donkerbruine pastei, lepelde wat van de vulling op zijn bord en legde de deksel weer terug.

foto HEDA-1658-COLL FRANS HALSWillem Claesz Heda - Pronkstilleven met pastei-1658
(Frans Hals Museum).

 

Deze pastei is donkerbruin gebakken. Dit wijst erop dat het deeg van gemengd meel gemaakt is. Na twee - drie uur bakken was de vulling gaar gestoofd. Op tafel sneed men het deksel van de pastei en lepelde wat van de vulling op zijn bord. Snel het deksel er weer op: dan bleef de vulling lekker warm.